Groene Halte in de krant: Wandelaars worden in de auto geduwd

De invoering op 6 januari van fase 2 van de basisbereikbaarheid – of Hoppin zoals we het nu moeten noemen – veroorzaakte de nodige commotie. Hoewel heel wat reizigers op grote assen erop vooruitgaan omdat hun bus frequenter rijdt, belichtten de media vooral de mensen op het platteland, omdat buslijnen en haltes daar verdwenen. Daarbij ging de aandacht vanzelfsprekend naar de essentiële verplaatsingsbehoeften, m.n. de bereikbaarheid van werk, school, ziekenhuis, enz. Maar mensen nemen het openbaar vervoer ook meer en meer voor recreatieve doeleinden.

Wandelen is een populaire en gezonde vorm van recreatie. Het is in principe ook een duurzame activiteit, want het wandelen zelf brengt weinig of geen vervuiling of milieuschade met zich mee. De verplaatsing naar het wandelgebied gebeurt helaas al te vaak met de wagen, en soms zelfs met twee wagens, waarbij er één aan het eindpunt geparkeerd wordt en één aan het vertrekpunt. Elk weekend zijn er zo duizenden auto’s met wandelaars op de baan en bij mooi wandelweer nog veel meer. Maar echt gezond wandelen doe je bij voorkeur in combinatie met het openbaar vervoer. Je hebt dan geen auto nodig en je bent niet verplicht naar je vertrekpunt terug te keren.

Steeds meer wandelaars zijn op zoek naar die alternatieven. Dat bewijst het succes van de Treinstappers van Grote Routepaden (GR) met wandelingen van station naar station langs GR-paden. Ook TreinTramBus biedt die formule met zijn Groene Halte-wandelingen aan: je reist met trein, bus of tram naar je vertrekpunt en op het einde van de wandeling neem je in een ander station of aan een andere halte het openbaar vervoer terug naar huis. Geen files, geen stress, geen klimaatimpact.

Grote Routepaden en TreinTramBus willen wandelaars warm maken voor het openbaar vervoer. Bij de ontwikkeling van de GR-routes wordt bewust rekening gehouden met de bereikbaarheid via het openbaar vervoer. Maar dat is lang niet altijd eenvoudig in Vlaanderen, want zowel het trein- als het busaanbod laten veel te wensen over. Sinds 6 januari is de situatie er op vele plaatsen nog eens op achteruitgaan. Vooral in landelijke gebieden en tijdens de weekends, wanneer de meeste wandelaars op pad zijn, worden veel haltes slechts sporadisch of helemaal niet bediend. Soms is er aan het eindpunt van de wandeling wel een flexhalte. Die maakt sommige gebieden beter bereikbaar, maar is op voorhand te reserveren. Voor wandelaars is het natuurlijk niet altijd evident om te voorspellen wanneer ze dat eindpunt bereiken.

Zelfs in de nieuwe nationale parken en landschapsparken, waar de Vlaamse Regering natuur en zachte recreatie wil doen bloeien, is de situatie zelden beter. In Vlaanderen verdwenen op 6 januari nog eens meer dan 3 000 haltes. Als ze in buitengebied liggen, stappen er door de week misschien maar weinig reizigers op, maar voor wandelaars kunnen ze wel belangrijk en nuttig zijn. Als een halte definitief verdwijnt en er ook geen vraagafhankelijke flexbus in de plaats komt, worden wandelaars zo nog meer richting autogebruik geduwd.

Grote Routepaden en TreinTramBus pleiten er samen voor om zowel De Lijn als de NMBS voldoende middelen te geven zodat het openbaar vervoer eindelijk versterkt kan worden, ook in rurale gebieden. Mensen zullen pas massaal het openbaar vervoer gebruiken als het beleid stappen zet in de richting van een fijnmazig, goed bediend en gecoördineerd netwerk dat ook rekening houdt met recreatieve verplaatsingen. Enkel op die manier kan het openbaar vervoer een haalbaar alternatief bieden voor de auto

Rik Röttger, voorzitter Grote Routepaden vzw

Peter Meukens, voorzitter TreinTramBus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *